LINDSAYVANRIJN.NL

BELEEF

De veranderde positie van Rotterdamse kunstenaars in Museum Boymans tijdens de Tweede Wereldoorlog

Stelt u zich eens voor:
Een museum dat (tijdelijk) geen toegang heeft tot de eigen collectie.
Hoe kan er dan toch worden geprogrammeerd?

Museum Boymans bevond zich vanaf mei 1940 in een dergelijke situatie. De collectie was als gevolg van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ondergebracht in de kelders van het museum en werd later overgebracht naar de Rijksbergplaatsen. Afgezien van een korte sluiting na het bombardement, is het museum de gehele oorlogsperiode open geweest. Maar wat is er te zien in een museum in oorlogstijd? Grote publiekstrekkers, zoals de tentoonstellingen over Johannes Vermeer in 1935 en Jheronimus Bosch in 1936, konden niet meer worden georganiseerd. Geplande tentoonstellingen over bekende eigentijdse kunstenaars, zoals Jan Sluijters en Charley Toorop, vonden evenmin doorgang. Toch hebben er in de oorlog maar liefst 44 tentoonstellingen plaatsgevonden. Dit zijn er zelfs meer dan dat er tussen 1935 en 1940 te zien waren. Hoewel er risico was van beschadigingen van kunstwerken door oorlogsgeweld, werd uit de verzameling J.C.J. Bierens de Haan en de eigen collectie grafiek en negentiende-eeuwse schilderkunst geëxposeerd. Dit werd geacht minder waardevol en tot op zekere hoogte zelfs vervangbaar te zijn. Daarnaast was er ruimte voor eigentijdse Rotterdamse kunst: gedurende de oorlog hebben er negen tentoonstellingen met werk van Rotterdamse kunstenaars plaatsgevonden.

Al vanaf 1936 organiseerden de kunstenaarsverenigingen R.33 en Rotterdamsche Kunstenaars Sociëteit afwisselend tentoonstellingen in het museum. Op 27 april 1940 opende de eerste gezamenlijke tentoonstelling, die tot ten minste de zomer van 1941 heeft doorgelopen. Bij deze tentoonstelling verscheen de eerste catalogus over eigentijdse Rotterdamse kunst. Behalve leden van beiden kunstenaarsverenigingen namen ook een aantal kunstenaars deel die niet aangesloten waren en niet meer in Rotterdam woonden. Verdeeld over 15 zalen werden ruim 275 werken geëxposeerd, uiteenlopend van schilderijen en beeldhouwwerken tot tekeningen en grafiek. Werken die in stijl overeenkwamen werden bij elkaar gegroepeerd. Aangezien het een verkooptentoonstelling was, waren er telkens wisselende kunstwerken te zien. De kunstenaars, van wie sommigen door het bombardement hun atelier hadden verloren, werden met deze aankopen ondersteund. Ook Dirk Hannema kocht werk aan voor het museum.

In de periode 1942–1945 hebben er nog acht tentoonstellingen over eigentijdse Rotterdamse kunst plaatsgevonden. Deze werden georganiseerd door de kunstenaar Herman Bieling. Uit alle inzendingen selecteerde hij de kunstwerken die geëxposeerd zouden worden. Via de uitnodigingskaart verzocht Bieling de kunstenaars: “overdaad van stilleven en landschap te voorkomen [en] gelieve [de] aandacht op het figuur niet te verwaarlozen.” De deelnemende kunstenaars, vaak dezelfde, waren allen afkomstig uit Rotterdam of omstreken. Daarnaast waren vanaf 1942 “alleen zij, die zich opgaven voor het Gilde (Kultuurkamer) (…) gerechtigd mede te exposeren,” wat inhield dat Joodse kunstenaars waren uitgesloten.  In het najaar van 1944 kwam deze laatste regel echter te vervallen. Het hebben van een lidmaatschap bij de Kultuurkamer moest volgens Hannema geen criterium meer zijn: “Of deze kunstenaars al of niet lid zijn van de Kultuurkamer moet voor ons geen reden zijn om geen uitnodiging te zenden.”

Na de oorlog kwam er een einde aan de groepstentoonstellingen in Museum Boymans. De Rotterdamse kunstenaars waren genoodzaakt een andere expositieruimte te zoeken. Wel zouden er van tijd tot tijd nog solotentoonstellingen over uit Rotterdam afkomstige kunstenaars worden georganiseerd. Waarom was er in het naoorlogse Museum Boymans nog maar beperkt ruimte voor Rotterdamse kunstenaars? Dit hangt vermoedelijk samen met de terugkeer van de kunst in het museum: de nadruk kwam weer te liggen op het exposeren van de eigen collectie. Deze was zo lang opgeborgen geweest, dat de drang om het weer te tonen groot was. De eigentijdse Rotterdamse kunst werd in vergelijking met de collectie hoogstwaarschijnlijk kwalitatief onder de maat geacht. Bovendien was het weer mogelijk tentoonstellingen te organiseren over eigentijdse kunstenaars van buiten Rotterdam en zelfs buiten Nederland.

Het artikel is ook te lezen op de onderzoekswebsite die is opgericht naar aanleiding van de tentoonstelling Boijmans in de Oorlog. Kunst in de Verwoeste Stad.
https://www.boijmans.nl/collectie/onderzoek/boijmans-in-de-oorlog

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2020 LINDSAYVANRIJN.NL

Thema door Anders Norén